ECLI:NL:RBDHA:2018:4918
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verantwoordelijke lidstaat voor asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres, van Turkse nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar Nederland heeft de aanvraag niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiseres betoogde dat Nederland verantwoordelijk is omdat zij al sinds 2003 in Nederland verblijft en daar haar verblijf probeert te legaliseren.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening België verantwoordelijk is omdat eiseres een Belgische verblijfsvergunning voor studie had van oktober 2016 tot oktober 2017 en daadwerkelijk in België verbleef. Zelfs als Nederland aanvankelijk verantwoordelijk was, is België verantwoordelijk geworden door het verstrekken van de verblijfsvergunning.
Eiseres stelde dat Nederland de behandeling van haar aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken vanwege haar familiebanden en verblijf bij haar Nederlandse zus. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden geen bijzondere individuele omstandigheden vormen die overdracht aan België onevenredig maken. De financiële ondersteuning en het feit dat familieleden in Nederland asielprocedures lopen met dezelfde motieven zijn onvoldoende om Nederland als verantwoordelijke lidstaat aan te wijzen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat België verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.