ECLI:NL:RBDHA:2018:4936
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens eigen aandeel slachtoffer
Eiser werd op 15 januari 2016 mishandeld voor de woning van zijn toenmalige vriendin, waarbij hij ernstig letsel opliep. De dader werd strafrechtelijk veroordeeld voor poging tot doodslag. Verweerder wees de aanvraag van eiser om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven af vanwege een eigen aandeel van eiser in het geweldsincident, onder meer door een conflict met zijn vriendin en het gooien van sleutels naar de dader.
De rechtbank overwoog dat de beslissing van verweerder terughoudend moet worden getoetst vanwege de discretionaire bevoegdheid bij het toekennen van uitkeringen uit het Schadefonds. Het beleid van verweerder omtrent het eigen aandeel, vastgelegd in de Beleidsbundel van 1 maart 2017, werd als niet onredelijk beoordeeld.
Gezien de omstandigheden, waaronder het drugsgebruik en het feit dat eiser als eerste geweld gebruikte, oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser een eigen aandeel had. Hoewel het geweld disproportioneel was, was er geen sprake van zeer ernstig letsel dat een gedeeltelijke uitkering zou rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens eigen aandeel van eiser wordt ongegrond verklaard.