ECLI:NL:RBDHA:2018:4949
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken toestemmingsverklaring en twijfel gezinsband
Eiseres, van Oegandese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis als dochter van een referent met een verblijfsvergunning asiel. De aanvraag werd afgewezen omdat de feitelijke gezinsband niet met documenten kon worden aangetoond en een toestemmingsverklaring van de achterblijvende vader ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht vasthield aan het vereiste van de toestemmingsverklaring. De referent gaf tegenstrijdige verklaringen over de wijze van verwekken van eiseres, waaronder verklaringen over verkrachting en het gebruik van de vader om geruchten te beëindigen. Deze inconsistenties en het ontbreken van een afdoende verklaring maakten dat de toestemmingsverklaring niet kon worden vervangen door plausibele verklaringen.
Nieuwe documenten, waaronder een geboorteakte en identiteitsbewijs, werden niet onderzocht door verweerder en ook een DNA-onderzoek werd niet aangewezen. De rechtbank vond dat het ontbreken van de toestemmingsverklaring toerekenbaar was en dat het beroep daarom ongegrond moest worden verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken toestemmingsverklaring en onvoldoende bewijs gezinsband.