ECLI:NL:RBDHA:2018:4994
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid van asielrelaas en onvoldoende onderbouwing van vrees
Eiser, van Guyaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van politieke vervolging door de voormalige regering van Guyana, met name vanwege twee moordaanslagen en telefonische bedreigingen die hij zou hebben ondergaan. Verweerder wees het verzoek af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas en onvoldoende bewijs voor de gevreesde vervolging.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt waarom hij nog steeds gevaar loopt van de regering. Het feit dat eiser ooit publiekelijk bekend was en dat een familielid een politieke functie bekleedde, leidt niet tot een ander oordeel. De enkele bevestiging van een schietincident doet niet af aan de conclusie dat eiser na die incidenten verder met rust is gelaten.
Eisers betoog dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd en dat het IAB onvoldoende onderzoek deed, wordt verworpen. De rechtbank stelt dat verweerder binnen zijn beoordelingsruimte heeft gehandeld en dat eiser niet heeft aangetoond dat de overige gebeurtenissen het gevolg zijn van acties van de regering. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas en onvoldoende aannemelijkheid van de gevreesde vervolging.