ECLI:NL:RBDHA:2018:5029
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende bewijs
Eiser, een Iraakse Koerd, vroeg asiel aan met het argument dat hij vanwege een conflict met zijn machtige vader, die hoge functies binnen de Peshmerga en het leger bekleedt, gevaar loopt bij terugkeer naar Irak. Hij stelde dat zijn vader de politie en veiligheidsdienst op hem zou hebben afgestuurd. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het persoonlijke conflict met de vader geloofwaardig was, de stelling dat de vader de autoriteiten op eiser af zou sturen niet aannemelijk was. Eiser kon niet overtuigend aantonen dat hij gedwongen werd tot militaire dienst of dat zijn vader daadwerkelijk invloed had om hem te straffen, mede omdat hij het land legaal kon verlaten.
Verder werd het messengerbericht dat eiser had gewist niet als bewijs erkend, omdat eiser onvoldoende uitleg gaf en geen recent bewijs overlegd had van bedreigingen. De rechtbank concludeerde dat het relaas onvoldoende steun vond in objectieve bronnen en dat de aanvraag terecht werd afgewezen op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser trok zijn medische beroepsgrond in en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en de uitspraak is openbaar gedaan op 9 april 2018.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvraag af wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende bewijs van gevaar bij terugkeer.