ECLI:NL:RBDHA:2018:5034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en ontbreken kwetsbare minderheidssituatie
Eiseres, van Burundische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vanwege vermeende problemen met de tweede vrouw van haar overleden vader en een langdurig gedwongen verblijf bij een militair waarbij zij seksueel geweld zou hebben geleden.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat het relaas van eiseres niet geloofwaardig werd geacht, met name de verhalen over het verblijf bij de militair en de erfeniskwestie. De rechtbank bevestigde deze beoordeling en vond dat eiseres onvoldoende bewijs leverde voor haar beweringen.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat eiseres niet behoort tot een kwetsbare minderheidsgroep die systematisch risico loopt op ernstige schendingen van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Burundi. Ook het beroep op artikel 3 van Pro het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind werd verworpen, omdat het bestuursorgaan voldoende rekening had gehouden met de belangen van haar minderjarige dochter.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig relaas en ontbreken van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM.