Uitspraak
[kind], eiseres,
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Oekraïense vrouw, verzocht asiel in Nederland met het argument dat zij in Oekraïne was verkracht en sindsdien werd bedreigd door de dader, die ook haar familie zou hebben mishandeld. Daarnaast stelde zij dat zij werd gediscrimineerd vanwege haar afkomst uit de Krim. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat Oekraïne als veilig land van herkomst wordt beschouwd en eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij geen bescherming van de autoriteiten kon krijgen.
De rechtbank oordeelde dat de bedreigingen en mishandelingen niet voldoende waren onderbouwd, met name omdat eiseres geen aangifte had gedaan en de betrokkenheid van de dader bij de mishandeling van haar dochter en de poging tot ontvoering van haar zoon niet aannemelijk was. Ook de stelling van discriminatie werd verworpen, omdat eiseres kon functioneren op sociaal en maatschappelijk gebied.
Op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000 werd de asielaanvraag als kennelijk ongegrond afgewezen. De rechtbank bevestigde het besluit van onmiddellijke vertrekplicht en een inreisverbod van twee jaar. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen met vertrekplicht en inreisverbod.