ECLI:NL:RBDHA:2018:5044

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 april 2018
Publicatiedatum
30 april 2018
Zaaknummer
NL18.5024 en NL18.5026
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing opvolgende asielaanvragen op grond van Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland

Eisers, Iraakse nationaliteit, dienden opvolgende asielaanvragen in nadat zij eerder waren overgedragen aan Duitsland op grond van het Dublin-verdrag. Zij stelden dat zij in Duitsland slecht werden behandeld, onvoldoende opvang kregen en vrezen dat hun asielaanvragen niet inhoudelijk worden beoordeeld.

De staatssecretaris nam de aanvragen niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure. De Duitse autoriteiten hadden hun verzoeken tot terugname geaccepteerd en het interstatelijk vertrouwensbeginsel bleef van toepassing.

De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat er sprake was van structurele tekortkomingen in Duitsland die een uitzondering op het vertrouwensbeginsel rechtvaardigen. De enkele verklaring over gebrek aan opvang was onvoldoende. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: De beroepen tegen de niet-inbehandelingname van de opvolgende asielaanvragen worden ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL18.5024 en NL18.5026

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 april 2018 in de zaak tussen

[eiser], eiser,

[eiseres], eiseres,
samen: eisers,
(gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Raaijmakers).

Procesverloop

Eisers hebben beroep ingesteld tegen twee afzonderlijke besluiten van 12 maart 2018
(de bestreden besluiten).
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL18.5025 en NL18.5027, plaatsgevonden op 6 april 2018. Eisers zijn met bericht van verhindering niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en eiseres is geboren op [geboortedatum]. Zij bezitten de Iraakse nationaliteit.
2. Eisers hebben op 29 april 2017 asielaanvragen ingediend. Deze aanvragen zijn bij afzonderlijke besluiten van 29 juni 2017 niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk was voor de behandeling hiervan. De hiertegen ingestelde beroepen zijn bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, op 20 juli 2017 ongegrond verklaard (NL17.4154 en NL17.4156). Op 21 augustus 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) het hiertegen ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard. Eisers zijn op 27 november 2017 overgedragen aan Duitsland.
3. Op 19 december 2017 hebben eisers mede namens hun twee minderjarige kinderen opvolgende asielaanvragen (hierna: de aanvragen) ingediend. Hieraan hebben zij ten grondslag gelegd dat zij in Duitsland slecht zijn behandeld, slechts drie dagen opvang hebben genoten en vervolgens op straat zijn gezet. Zij hadden voor hun dochter geen toegang tot een arts. In Duitsland hebben zij een papier gekregen waarin staat dat zij aan Irak zullen worden uitgeleverd.
4. Verweerder heeft de aanvragen niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling hiervan. Op 15 januari 2018 hebben de Duitse autoriteiten de verzoeken om eisers terug te nemen geaccepteerd. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat ten aanzien van Duitsland niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan.
5. Eisers hebben daartegen aangevoerd dat zij in Duitsland geen opvang kregen. Verder is een beroep gedaan op het arrest Tarakhel en is aangevoerd dat vanwege de kinderen nader garanties voor wat betreft de opvang nodig zijn. Tenslotte vrezen eisers dat Duitsland hun asielaanvragen niet inhoudelijk zal beoordelen.
De rechtbank oordeelt als volgt.
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers er ook in deze procedure niet in zijn geslaagd om aannemelijk te maken dat in Duitsland sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen van de asielprocedure en de opvangvoorzieningen. De enkele verklaring van eisers dat opvang ontbrak is daartoe onvoldoende. Met het claimakkoord garandeert Duitsland de aanvragen van eisers in behandeling te nemen. Er is geen aanleiding te concluderen dat de aanvragen door Duitsland niet zullen worden beoordeeld of dat eisers te vrezen hebben zonder beoordeling van hun asielaanvraag naar Irak te worden teruggestuurd. Verweerder heeft in de bestreden besluiten terecht in aanmerking genomen dat uit de vorige procedure blijkt dat eisers in Duitsland opvang hebben gekregen en eisers na overdracht op 27 november 2017 in de gelegenheid gesteld om een nieuwe aanvraag te doen. Van belang in dit kader is ook dat eisers bij voorkomende problemen zich dienen te wenden tot de Duitse autoriteiten. Niet blijkt dat voor eisers die mogelijkheid niet bestaat. Verweerder heeft de aanvragen dan ook terecht niet in behandeling genomen.
7. De beroepen zijn ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.E. Paulus, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 april 2018.
griffier
rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel