ECLI:NL:RBDHA:2018:5044
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvragen op grond van Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Eisers, Iraakse nationaliteit, dienden opvolgende asielaanvragen in nadat zij eerder waren overgedragen aan Duitsland op grond van het Dublin-verdrag. Zij stelden dat zij in Duitsland slecht werden behandeld, onvoldoende opvang kregen en vrezen dat hun asielaanvragen niet inhoudelijk worden beoordeeld.
De staatssecretaris nam de aanvragen niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure. De Duitse autoriteiten hadden hun verzoeken tot terugname geaccepteerd en het interstatelijk vertrouwensbeginsel bleef van toepassing.
De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat er sprake was van structurele tekortkomingen in Duitsland die een uitzondering op het vertrouwensbeginsel rechtvaardigen. De enkele verklaring over gebrek aan opvang was onvoldoende. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-inbehandelingname van de opvolgende asielaanvragen worden ongegrond verklaard.