ECLI:NL:RBDHA:2018:5163

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 mei 2018
Publicatiedatum
1 mei 2018
Zaaknummer
NL18.6701
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken beroepsgronden en niet verschijnen eiser

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag (Dublin-verordening).

De gemachtigde van eiser heeft zich teruggetrokken en eiser is niet verschenen bij de zitting, ondanks dat de rechtbank het onderzoek had aangehouden om zijn persoonlijke aanwezigheid mogelijk te maken. Er zijn geen beroepsgronden ingediend door eiser.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet verschijnen van eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet verschijnen van eiser.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.6701
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser, V-nummer [V-nummer]

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.J. Balfoort).

Procesverloop

Bij besluit van 30 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Bij bericht van 11 april 2018 heeft de gemachtigde van eiser, mr. K. Martens, aangegeven zich als gemachtigde terug te trekken.
Bij brief van 11 april 2018 heeft de rechtbank de kennisgeving van de zitting en een exemplaar van het digitale dossier aan eiser doen toekomen.
De rechtbank heeft het onderzoek dat gepland stond op de zitting van 19 april 2018 aangehouden, omdat eiser niet is verschenen en de rechtbank het van belang acht dat eiser persoonlijk aanwezig is bij de behandeling van het beroep.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL18.6702 & NL18.6703 & NL18.6704 & NL18.6705 & NL18.6706, plaatsgevonden op 24 april 2018. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De rechtbank constateert dat er geen beroepsgronden zijn ingediend en dat de gemachtigde van eiser zich heeft teruggetrokken. Eiser is ook niet ter zitting verschenen om beroepsgronden aan te voeren.
3. De rechtbank verklaart het beroep dan ook niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Soffers, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.C. de Grauw, griffier, op 24 april 2018.
Het proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.