ECLI:NL:RBDHA:2018:5166
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar deze is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De gemachtigde van verzoeker trok zich terug, waarna de voorzieningenrechter het onderzoek aanhield om verzoeker in de gelegenheid te stellen persoonlijk aanwezig te zijn bij de behandeling. Verzoeker verscheen echter niet bij de zitting op 24 april 2018, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk in een gerelateerde procedure en oordeelde vervolgens dat het verzoek om een voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen. De uitspraak werd mondeling gedaan en direct ter zitting bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard.