ECLI:NL:RBDHA:2018:5166

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 mei 2018
Publicatiedatum
1 mei 2018
Zaaknummer
NL18.6702
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning asiel

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar deze is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De gemachtigde van verzoeker trok zich terug, waarna de voorzieningenrechter het onderzoek aanhield om verzoeker in de gelegenheid te stellen persoonlijk aanwezig te zijn bij de behandeling. Verzoeker verscheen echter niet bij de zitting op 24 april 2018, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.

De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk in een gerelateerde procedure en oordeelde vervolgens dat het verzoek om een voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen. De uitspraak werd mondeling gedaan en direct ter zitting bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.6702
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker, V-nummer [V-nummer]

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.J. Balfoort).

Procesverloop

Bij besluit van 30 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij bericht van 11 april 2018 heeft de gemachtigde van verzoeker, mr. K. Martens, aangegeven zich als gemachtigde terug te trekken.
Bij brief van 11 april 2018 heeft de voorzieningenrechter de kennisgeving van de zitting en een exemplaar van het digitale dossier aan verzoeker doen toekomen.
De voorzieningenrechter heeft het onderzoek dat gepland stond op de zitting van 19 april 2018 aangehouden, omdat verzoeker niet is verschenen en de voorzieningenrechter het van belang acht dat verzoeker persoonlijk aanwezig is bij de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL18.6701 & NL18.6703 & NL18.6704 & NL18.6705 & NL18.6706, plaatsgevonden op 24 april 2018. Verzoeker is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter het onderzoek gesloten en onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Bij mondelinge uitspraak van heden, in de procedure met zaaknummer NL18.6701, heeft de rechtbank het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard.
3. Nu op het beroep van verzoeker is beslist, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. J.C. de Grauw, griffier, op 24 april 2018.Deze uitspraak is gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.