ECLI:NL:RBDHA:2018:5226
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens schending hoor en wederhoor bij opvolgende asielaanvraag
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat eerdere aanvragen waren afgewezen. Ter onderbouwing overlegde hij een woonverklaring uit Kirkuk. Bureau Documenten (BD) kon de authenticiteit van deze verklaring niet bevestigen vanwege gebrek aan betrouwbaar referentiemateriaal. Verweerder maakte deze onderzoeksresultaten pas bij het voornemen tot niet-ontvankelijkheid bekend, waarna eiser verzocht om een contra-expertise.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de aanvraag onterecht niet-ontvankelijk verklaarde omdat eiser niet de kans had gekregen om het deskundigenoordeel van BD te weerleggen. Dit is in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor en artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het op het laatste moment aanvoeren van aanvullende stukken door verweerder werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten. Verweerder dient opnieuw te beslissen op de aanvraag met inachtneming van de mogelijkheid voor eiser om een contra-expertise uit te voeren.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid wordt vernietigd wegens schending van het hoor en wederhoor.