ECLI:NL:RBDHA:2018:5295
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument op grond van onvoldoende aaneengesloten verblijf in andere lidstaat
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument op grond van zijn huwelijk met een Nederlandse nationale (referente). Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat eiser en referente ten minste drie maanden aaneengesloten samen op Cyprus verbleven, zoals vereist voor het opbouwen van een gezinsleven in een andere lidstaat.
Eiser stelde dat hij met bewijsstukken zoals werkgeversverklaringen, sociale zekerheidsdocumenten en foto’s had aangetoond dat zij langer dan drie maanden samen op Cyprus waren. Verweerder stelde dat referente weliswaar had gesolliciteerd bij een Nederlandse werkgever, maar niet had gewerkt. De rechtbank oordeelde dat de overgelegde stukken onvoldoende waren om het vereiste aaneengesloten verblijf te bewijzen, en dat foto’s slechts momentopnames zijn.
Verder stelde eiser dat de hoorplicht in de bezwaarfase was geschonden. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat het horen daarom achterwege kon blijven. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van een aaneengesloten verblijf van ten minste drie maanden op Cyprus.