ECLI:NL:RBDHA:2018:5301

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 mei 2018
Publicatiedatum
3 mei 2018
Zaaknummer
FT RK 18-495
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a FwArt. 284 FwArt. 3.2.3.3 Procesreglement Verzoekschriftprocedures Insolventiezaken Rechtbanken
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek dwangakkoord wegens ontbreken namen en adressen schuldeisers

Verzoekster heeft op 12 maart 2018 een verzoek ingediend tot toepassing van een dwangakkoord op grond van artikel 287a van de Faillissementswet, gelijktijdig met een verzoek tot schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting van 19 april 2018 werden verzoekster en haar beschermingsbewindvoerder gehoord.

Volgens artikel 287a Fw kan de schuldenaar de rechtbank verzoeken schuldeisers die niet instemmen met een aangeboden schuldregeling te bevelen hiermee in te stemmen. Het Procesreglement Verzoekschriftprocedures Insolventiezaken vereist dat het verzoekschrift de namen, adressen en woonplaatsen van deze schuldeisers vermeldt.

In het ingediende verzoekschrift, namens verzoekster door de gemeente ingediend, ontbraken deze gegevens. Er werd slechts verwezen naar bijlagen waaruit de schuldeisers mogelijk konden worden afgeleid, wat niet voldoet aan de formele eisen. Daarom verklaart de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk.

Verzoekster gaf aan het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling te handhaven. Over dat verzoek zal een afzonderlijk vonnis worden gewezen.

Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot dwangakkoord wegens het ontbreken van namen en adressen van de weigerende schuldeisers.

Uitspraak

vonnis niet-ontvankelijk
rekestnummer: FT RK 18-495

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventies – enkelvoudige kamer
vonnis van 3 mei 2018
in de zaak van:
[verzoekster]
[adres]
[postcode en woonplaats]
verzoekster,
heeft op 12 maart 2018 tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het bevelen in te stemmen met een door haar aangeboden schuldregeling als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet (Fw) (“dwangakkoord”).
Ter terechtzitting van 19 april 2018 is verzoekster alsmede haar beschermingsbewindvoerder mevrouw [A] (Stichting Restart Budgetadvies) hierover gehoord. De uitspraak is bepaald op heden.
Artikel 287a Fw bepaalt dat de schuldenaar in het verzoekschrift, bedoeld in artikel 284, eerste lid, de rechtbank kan verzoeken één of meer schuldeisers die weigert of weigeren mee te werken aan een vóór indiening van het verzoekschrift aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Het ‘Procesreglement Verzoekschriftprocedures Insolventiezaken Rechtbanken’ (hierna: het procesreglement) bepaalt aan welke eisen het verzoekschrift dient te voldoen. In artikel 3.2.3.3. van het Procesreglement is - voor zover hier van belang - het volgende bepaald:
‘Behalve hetgeen staat vermeld in artikel 3.1.2.5, vermeldt het verzoekschrift bovendien:
-
Naam, adres, en woonplaats, of bij gebreke van een woonplaats in Nederland, het werkelijk verblijf van iedere schuldeiser die niet met de aangeboden schuldregeling kan instemmen,
In het namens verzoekster door de gemeente [X] ingediende verzoekschrift ontbreken de namen en adressen van de schuldeisers die niet met de aangeboden regeling hebben ingestemd. In het verzoekschrift wordt slechts verwezen naar een of meer bijlagen bij het verzoek waaruit zou kunnen worden opgemaakt wie de weigerende schuldeisers zijn. Daarmee is niet voldaan aan de eisen zoals gesteld in het procesreglement.
Gelet op het bovenstaande dient verzoekster niet ontvankelijk te worden verklaard in het onderhavige verzoek.
Verzoekster heeft ter terechtzitting laten weten het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling te handhaven, indien het verzoek ex artikel 287a lid 1 van de Faillissementswet niet ontvankelijk zou worden verklaard. Op het toelatingsverzoek zal afzonderlijk vonnis worden gewezen.

BESLISSING

De rechtbank:
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Gewezen door mr. W.J. Don, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 mei 2018 in tegenwoordigheid van mr. J.J.P. van Wieringen, griffier.