ECLI:NL:RBDHA:2018:5312
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig bloedwraakrelaas uit Irak
Eiser, een Iraakse Koerd uit Suleimaniya, diende twee asielaanvragen in Nederland in, waarvan de tweede werd afgewezen omdat zijn verhaal over bloedwraak ongeloofwaardig werd bevonden. Hij stelde dat hij werd bedreigd vanwege de moord door zijn zwager op een man met een verboden relatie, maar kon dit niet met documenten onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van de gebeurtenissen, zoals de dood van het slachtoffer, de veroordeling van zijn zwager, en de incidenten na zijn vrijlating. Zijn verklaringen bleven vaag en algemeen, en hij kon niet verklaren waarom zijn familie niet werd belaagd als hij zelf wel doelwit was.
Verweerder achtte identiteit en herkomst geloofwaardig, maar het asielrelaas ongeloofwaardig en meende dat eiser bescherming had kunnen zoeken bij lokale autoriteiten. De rechtbank volgde dit standpunt en verwierp alle beroepsgronden, waaronder het gebrek aan bewijs en vermeende schending van de samenwerkingsplicht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas en gebrek aan bewijs.