ECLI:NL:RBDHA:2018:5337
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding beroepstermijn huurtoeslag 2011
Eiser maakte bezwaar tegen de definitieve berekening van de huurtoeslag over 2011, die door verweerder op nihil was vastgesteld. Na eerdere procedure waarbij het bezwaarbesluit werd vernietigd, nam verweerder een nieuwe beslissing die de bezwaren ongegrond verklaarde.
Eiser stelde beroep in, maar dit werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat was ingediend. De beroepstermijn liep af op 25 januari 2017, terwijl het beroepschrift pas op 22 september 2017 werd ontvangen.
Eiser voerde aan dat hij pas na ontvangst van een kopie van het besluit op de hoogte was en vervolgens binnen zes weken beroep had ingesteld. De rechtbank vond dit niet aannemelijk omdat eiser geen verifieerbare ontvangstgegevens kon overleggen en verweerder geen bewijs van verzending leverde.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding eiser is toe te rekenen en dat geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6:11 Awb Pro die niet-ontvankelijkheid zou verhinderen. Een inhoudelijke beoordeling van de zaak kon daardoor niet plaatsvinden.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.