Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
[psychiater] ;
[psycholoog] .
Toch kan de rechtbank niet met voldoende zekerheid vaststellen dat de verdachte de onder 1 en 3 bewezen verklaarde feiten in overwegende mate heeft begaan onder invloed van een psychische stoornis. Hierbij weegt enerzijds mee dat de psychiater en de psycholoog geen uitspraken hebben kunnen doen over het verband tussen de door hen benoemde stoornis en de bewezen verklaarde feiten, omdat de verdachte deze feiten heeft ontkend. Anderzijds weegt mee dat uit de rapporten ook naar voren komt dat sprake is van een alcoholprobleem bij de verdachte, en dat daarin ook een verklaring kan worden gevonden voor zijn vreemde gedrag. Het dossier biedt hiervoor ook aanknopingspunten. Zo had de verdachte bij zijn aanhouding voor feit 1 meerdere blikken bier in zijn jas, en had de politie de indruk dat hij dronken was. En zo heeft een getuige van feit 3 tegenover de politie verklaard dat de verdachte onder invloed van alcohol en onvast ter been was. Dit laatste heeft de rechtbank ook zelf op de camerabeelden waargenomen.
6.De strafoplegging
7.De vordering tenuitvoerlegging
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
41 (eenenveertig) DAGEN;