ECLI:NL:RBDHA:2018:539
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen Oekraïense kinderen uit veilig land van herkomst
Eisers, twee minderjarige kinderen met een Libische vader en Oekraïense moeder, vroegen asiel aan in Nederland. De staatssecretaris wees hun aanvragen af als kennelijk ongegrond, omdat Oekraïne als veilig land van herkomst geldt en zij de Oekraïense nationaliteit bezitten of kunnen verkrijgen.
Eisers voerden aan dat zij niet de Oekraïense nationaliteit bezitten en dat terugkeer naar Libië hen blootstelt aan ernstige risico's, waaronder schending van artikel 3 EVRM Pro. Ook werd een beroep gedaan op artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht aannemen dat eisers de Oekraïense nationaliteit bezitten of kunnen verkrijgen via hun moeder en dat Oekraïne als veilig land van herkomst geldt.
De rechtbank overwoog dat de asielaanvragen niet binnen zes maanden na geboorte waren ingediend, waardoor ambtshalve toetsing aan artikel 8 EVRM Pro niet aan de orde was. Ook werd geoordeeld dat het terugkeerbesluit geen schending van het gezinsleven oplevert, omdat het gezin zich samen in Oekraïne kan vestigen.
De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvragen af omdat Oekraïne als veilig land van herkomst geldt en eisers de Oekraïense nationaliteit bezitten of kunnen verkrijgen.