ECLI:NL:RBDHA:2018:5608
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel het privéleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet was vrijgesteld van het mvv-vereiste. Daarnaast beschikte eiseres niet over een geldig paspoort en kon zij niet aantonen dat zij hiervan niet kon worden voorzien door haar land van herkomst.
Eiseres voerde aan dat zij ten onrechte niet was vrijgesteld van het mvv-vereiste en dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging door de staatssecretaris zorgvuldig was gemaakt, waarbij werd meegewogen dat eiseres negen jaar in Nederland verbleef en hier deels geworteld was, maar dat zij en haar familieleden onrechtmatig verbleven en dat de banden met Nederland waren aangegaan terwijl zij niet rechtmatig verbleven.
De rechtbank concludeerde dat de belangenafweging in het nadeel van eiseres uitviel, mede omdat zij ook privéleven in Marokko kon opbouwen. De rechtbank verwierp het beroep en oordeelde dat het bezwaar kennelijk ongegrond was, zodat het horen van eiseres niet noodzakelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak is gedaan op 8 mei 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.