Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2018 in de zaak tussen
[naam] , geboren op [geboortedag] 1983 en van onbekende nationaliteit, eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 19 januari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), met ingang van 15 november 2017, geldig tot 15 juni 2022.
Overwegingen
Indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder a, wordt ingewilligd, wordt deze verblijfsvergunning verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag is ontvangen.
Verder wijst eiser op de correcties en aanvullingen op het nader gehoor van 18 januari 2018, waarin hij expliciet aangeeft: "
De datum asielaanvraag was 31 maart 2017 en niet 15 november 2017".
Hoewel door eiser niet uitdrukkelijk om bestuurlijke heroverweging is gevraagd vanwege de ingangsdatum, heeft hij wel expliciet verzocht om de datum van zijn asielaanvraag te corrigeren in de correcties en aanvullingen op het nader gehoor. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat ten tijde van deze correcties wel duidelijk was dat eiser een eerdere ingangsdatum wenste, maar dat hij vooral gericht was op inwilliging van de aanvraag en niet direct stil stond bij de mogelijkheid om om herziening van het eerste besluit te verzoeken.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit geheel in stand blijven;
- veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten vastgesteld op een bedrag van € 1.002,00.