ECLI:NL:RBDHA:2018:5790
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging voorlopige voorzieningen partneralimentatie en zorgregeling minderjarige
De vrouw verzocht om wijziging van de voorlopige voorzieningen van 15 maart 2018, met name een verhoging van de partneralimentatie vanaf 23 januari 2018. Zij stelde destijds geen volledige inkomensgegevens te hebben overgelegd vanwege de start van haar onderneming en heeft nu aanvullende financiële stukken ingediend.
De man voerde verweer en stelde dat het verzoek neerkomt op een verkapt hoger beroep, omdat de vrouw bewust stukken had achtergehouden in de eerdere procedure. De rechtbank oordeelde dat niet elke onvolledigheid tot wijziging kan leiden en dat de vrouw ten tijde van de eerdere zitting wel inzicht had kunnen geven in haar inkomsten. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Daarnaast verzocht de man om een regeling voor de zorg- en opvoedingstaken van het minderjarige kind. De vrouw stemde hiermee in en de rechtbank kende de man het recht toe om het kind twee dagen per week, om de twee weken een weekend en de helft van vakanties en feestdagen bij zich te hebben. Deze regeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de partneralimentatie wordt afgewezen; de zorgregeling wordt gewijzigd conform het verzoek van de man.