ECLI:NL:RBDHA:2018:5830

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2018
Publicatiedatum
17 mei 2018
Zaaknummer
NL18.4679
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening inzake niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel

Op 7 maart 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoeker zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde bodemzaak (zaaknummer NL18.4678) tijdens een zitting op 28 maart 2018 in Breda, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren. De rechtbank heeft bij uitspraak van dezelfde dag het beroep in de bodemzaak ongegrond verklaard.

Gezien de uitkomst van de bodemzaak ziet de voorzieningenrechter geen grond om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. Er is ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 15 mei 2018 in het openbaar gedaan en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.4679
uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 mei 2018 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam] , verzoeker

(gemachtigde: mr. E.S. van Aken),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. V.D. Schreuder).

Procesverloop

Bij besluit van 7 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.4678, plaatsgevonden in Breda op 28 maart 2018. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Tevens is verschenen O. Jobe, tolk. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak, zaaknummer NL18.4678, ongegrond verklaard.
2. De voorzieningenrechter zal daarom het verzoek om een voorlopige voorziening afwijzen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Toekoen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.I.P. Buteijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2018.
griffier
rechter
De voorzieningenrechter is verhinderd te ondertekenen.
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel