ECLI:NL:RBDHA:2018:5908
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijziging verblijfsdoel naar arbeid als kennismigrant wegens onvoldoende geschiktheid en niet-marktconform salaris
Eiser, sinds 2010 in Nederland verblijvend met een verblijfsvergunning voor studie, verzocht om wijziging van zijn verblijfsdoel naar arbeid als kennismigrant. Verweerder trok met terugwerkende kracht zijn verblijfsvergunning in en wees de aanvraag af op basis van een negatief advies van het UWV, dat oordeelde dat eiser onvoldoende opleiding en werkervaring had en het geboden salaris niet marktconform was.
Eiser maakte bezwaar en gaf aan dat hij ten onrechte niet was gehoord en dat artikel 8 EVRM Pro had moeten worden betrokken. Ook stelde hij dat hij de juridische consequenties van het bezwaar niet kon overzien vanwege zijn achtergrond. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat verweerder daarom van het horen mocht afzien.
De rechtbank overwoog dat het bezwaar niet inhoudelijk inging op het UWV-advies en dat het salaris onder de norm was gebracht, waardoor het duidelijk was dat het bezwaar ongegrond was. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro en eerdere jurisprudentie faalde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van het verblijfsdoel naar arbeid als kennismigrant is ongegrond verklaard.