ECLI:NL:RBDHA:2018:5911
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag alleenstaande minderjarige uit Iran wegens ongeloofwaardigheid en ontbreken sociaal vangnet
Eiser, een minderjarige uit Iran, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na het overlijden van zijn ouders en mishandeling door zijn broer. Hij stelde dat hij geen sociaal vangnet had in Iran en dat zijn oom in Nederland voogdij over hem heeft. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van eisers verklaringen, onder meer gebaseerd op tegenstrijdigheden met Facebookgegevens en een onderzoeksrapport.
De rechtbank overwoog dat het onderzoeksrapport onvoldoende betrouwbaar was vanwege het ontbreken van ondertekende getuigenverklaringen en de niet-verifieerbare bronnen. De rechtbank vond de tegenstrijdigheden tussen eisers verhaal en de Facebookinformatie overtuigend en oordeelde dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van eiser in twijfel trok.
Verder stelde eiser dat hij vanwege atheïsme en de politieke achtergrond van zijn ouders risico liep bij terugkeer, maar de rechtbank vond geen aanwijzingen dat eiser zelf negatieve gevolgen had ondervonden of zou ondervinden. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat er geen bijzondere omstandigheden waren en eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Iran geen opvang had.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand was gekomen en wees het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de alleenstaande minderjarige asielzoeker uit Iran wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid en ontbreken sociaal vangnet.