ECLI:NL:RBDHA:2018:5917
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening visumaanvraag voor bijwonen huwelijksfeest
Verzoeker heeft een visum voor kort verblijf aangevraagd om familie in Nederland te bezoeken en het huwelijksfeest van zijn neef bij te wonen. De aanvraag werd door de Minister van Buitenlandse Zaken afgewezen wegens onvoldoende aantoonbare doel en omstandigheden van het verblijf en onvoldoende sociale en economische binding met het land van herkomst.
Verzoeker maakte bezwaar tegen deze afwijzing en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening toe te kennen, waarmee hij als houder van het visum zou worden beschouwd. De rechtbank overwoog dat toewijzing van een dergelijke voorziening feitelijk het verlenen van het visum inhoudt, wat onomkeerbare gevolgen heeft en daarom alleen in zeer bijzondere omstandigheden kan worden toegewezen.
De rechtbank constateerde onduidelijkheden over eerdere visumaanvragen en de binding van verzoeker met zijn land van herkomst, waardoor het bezwaar niet evident kansrijk is. Het bijwonen van een huwelijksfeest werd niet als een bijzondere omstandigheid aangemerkt. Ook een subsidiair verzoek om binnen twee weken op het bezwaar te beslissen werd afgewezen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en oordeelde dat geen proceskostenveroordeling nodig was. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden en onvoldoende aannemelijkheid van het bezwaar.