ECLI:NL:RBDHA:2018:603
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroepen wegens ontbreken rechtstreeks belanghebbende
Eiseres had beroep ingesteld tegen een e-mailbericht en tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op een aanvraag namens een persoon. De rechtbank stelde vast dat eiseres sinds 22 november 2017 niet langer bevoegd was om deze persoon in rechte te vertegenwoordigen, omdat de bewindvoering was overgedragen aan een bewindvoerder.
De rechtbank ging ervan uit dat eiseres vanaf die datum op persoonlijke titel procedeert en niet als curator. Omdat eiseres geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, verklaarde de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk.
Eiseres en haar gemachtigde waren niet aanwezig bij de mondelinge behandeling. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk wegens ontbreken van rechtstreeks belanghebbende.