ECLI:NL:RBDHA:2018:6124
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering verblijfsvergunning op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser diende op 11 december 2017 een asielaanvraag in, maar verweerder nam deze niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Uit Eurodac bleek dat eiser illegaal via Italië de EU binnenging en eerder in Duitsland een asielverzoek had ingediend. Verweerder verzocht Duitsland en Italië om overname, waarbij Italië de verantwoordelijkheid bevestigde.
De rechtbank overweegt dat verweerder op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag vertrouwen dat Italië zijn internationale verplichtingen nakomt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat overdracht leidt tot een schending van artikel 3 EVRM Pro. Eiser slaagde er niet in aan te tonen dat het Italiaanse asiel- en opvangsysteem zodanige tekortkomingen vertoont of dat bijzondere individuele omstandigheden een overdracht onredelijk maken.
De rechtbank volgt de recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en oordeelt dat geen reden bestaat om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.