ECLI:NL:RBDHA:2018:6255
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning hogere tegemoetkoming woninghuur militair met proceskostenvergoeding
Eiser, een militair, verzocht om een hogere tegemoetkoming in zijn woninghuur vanaf juli 2014. Het primaire besluit wees dit af, maar het bezwaar werd deels gegrond verklaard en een hogere vergoeding toegekend vanaf 12 november 2015 tot 3 juli 2017, waarna een huurplafond zou gelden. Eiser was het niet eens met de ingangs- en einddatum van de vergoeding en het opnieuw toepassen van het huurplafond.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit door de bevoegde autoriteit was genomen en dat verweerder niet verplicht was om de hogere tegemoetkoming met terugwerkende kracht toe te kennen vóór het verzoek van 12 november 2015. Ook was het redelijk dat vanaf 3 juli 2017 een huurplafond werd toegepast, omdat dit samenhing met een nieuwe functietoewijzing.
Wel werd geoordeeld dat verweerder ten onrechte geen proceskosten voor het bezwaar had toegekend. De rechtbank vernietigde dit onderdeel van het besluit en kende aan eiser proceskosten toe voor het bezwaar en het beroep, inclusief vergoeding van het griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van deze kosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.