ECLI:NL:RBDHA:2018:6487
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag artikel 9-document wegens schijnhuwelijk met tegenstrijdige verklaringen
Eiser, een Egyptische nationaliteit, verzocht om een artikel 9-document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. Verweerder wees de aanvraag af wegens vermoedens van een schijnhuwelijk, gebaseerd op tegenstrijdige verklaringen en indicaties zoals samenwoning met familieleden van de Poolse echtgenote.
Eiser stelde dat er geen nieuw gegrond vermoeden was voor nader onderzoek en dat eerdere toetsingen bij de visumaanvraag voldoende waren. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht een tweede verhoor hield en dat het vermoeden van misbruik gegrond was, mede door individuele indicatoren en tegenstrijdigheden in verklaringen over essentiële onderwerpen.
De rechtbank verwierp ook het beroep op vooringenomenheid en het argument dat verweerder had moeten afzien van nader onderzoek. Er was geen bewijs dat het huwelijk inmiddels affectief en duurzaam was. Het beroep op het EVRM werd niet inhoudelijk beoordeeld.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van het artikel 9-document wegens schijnhuwelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een artikel 9-document wegens een schijnhuwelijk wordt ongegrond verklaard.