ECLI:NL:RBDHA:2018:6585
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinterugkeer naar Italië
Eiser, een Gambiaanse asielzoeker, diende op 13 februari 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. Nederland had een verzoek tot terugname aan Italië gedaan, dat werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat de situatie in Italië ontoereikend is, onder meer vanwege tekortkomingen in de opvang en asielprocedure, en verwees naar diverse rapporten en zijn medische klachten. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië nog steeds geldt, zoals ook door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is bevestigd.
De rechtbank stelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Italië de verdragsverplichtingen niet zal naleven of dat hij geen adequate medische zorg zal ontvangen. De stelling dat het zorgniveau in Nederland beter is, volstaat niet. Ook is niet gebleken dat de asielprocedure in Italië niet eerlijk zal verlopen. Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.