ECLI:NL:RBDHA:2018:6593
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen niet-inbehandelingname opvolgende asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Jemenitische nationaliteit dragende persoon, diende op 21 februari 2018 een opvolgende asielaanvraag in in Nederland. Deze aanvraag werd niet in behandeling genomen door verweerder op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag volgens de Dublinverordening. Eerder was een asielaanvraag van eiser in Nederland eveneens niet in behandeling genomen en overgedragen aan Spanje.
Eiser voerde aan dat hij in Spanje op straat moest leven, zijn paspoort kwijt was en geen medische behandeling ontving. Hij stelde ook dat hij gehuwd zou zijn met een vrouw in Nederland. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden niet als nieuwe feiten of veranderde omstandigheden konden worden aangemerkt. De rechtbank stelde vast dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje onverminderd van toepassing is en dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn beweringen, zoals het niet overleggen van foto’s of vertaalde documenten.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken die het standpunt van verweerder ondersteunen en benadrukte dat eiser geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om zijn beroepsgronden nader toe te lichten tijdens de zitting. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de niet-inbehandelingname van zijn opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.