ECLI:NL:RBDHA:2018:6655

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 juni 2018
Publicatiedatum
6 juni 2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 2641
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • G. van Zeben-de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening rijgeschiktheid wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) waarin hij niet rijgeschikt is verklaard voor het rijbewijs categorie B. Verzoeker stelt dat hij zo spoedig mogelijk zijn beroepsmatige werkzaamheden moet hervatten en daarom een rijbewijs nodig heeft.

De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker momenteel niet over een geldig rijbewijs beschikt omdat de geldigheid hiervan is verstreken. Om een nieuw rijbewijs te verkrijgen is een verklaring van geschiktheid vereist, die niet wordt verstrekt zolang verzoeker niet rijgeschikt is verklaard. Een schorsing van het besluit leidt daarom niet tot verstrekking van een rijbewijs.

Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker niet heeft aangetoond dat er sprake is van een spoedeisend belang dat het wachten op de uitkomst van de bezwaarprocedure niet toelaat. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR AWB 18/2641
uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 juni 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening van

[verzoeker], te [plaats], verzoeker

(gemachtigde mr. N.M.H.M. Dekker),
tegen

de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), verweerster.

Overwegingen

Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Artikel 8:83, derde lid, van de Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.
Bij besluit van 26 maart 2018 heeft verweerster verzoeker niet rijgeschikt verklaard voor het rijbewijs categorie B.
Verzoeker heeft tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend bij verweerster.
Tevens heeft hij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
Verzoeker heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij zo spoedig mogelijk zijn beroepsmatige werkzaamheden moet kunnen hervatten. Hiertoe dient hij te kunnen beschikken over een rijbewijs categorie B.
Gebleken is dat verzoeker thans niet over een geldig rijbewijs beschikt nu de geldigheid hiervan is verstreken op 31 januari 2018. Om een nieuw rijbewijs te verkrijgen dient hij een verklaring van geschiktheid te overleggen. Deze zal door verweerster niet verstrekt worden indien verzoeker, zoals thans het geval, niet rijgeschikt is verklaard.
Eventuele schorsing van het besluit waarin verzoeker niet rijgeschikt is verklaard leidt derhalve niet tot verstrekking van een rijbewijs, zoals door verzoeker in de door hem gevraagde voorziening uiteindelijk wordt beoogd.
De voorzieningenrechter is gelet op het voorgaande van oordeel, dat verzoeker er niet in is geslaagd te onderbouwen waarom sprake is van een dusdanig spoedeisend belang, dat de uitkomst van de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht.
Het verzoek wordt derhalve wegens het ontbreken van spoedeisend belang als kennelijk ongegrond afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. van Zeben-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. H.G. Egter van Wissekerke, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2018.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.