ECLI:NL:RBDHA:2018:6655
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening rijgeschiktheid wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) waarin hij niet rijgeschikt is verklaard voor het rijbewijs categorie B. Verzoeker stelt dat hij zo spoedig mogelijk zijn beroepsmatige werkzaamheden moet hervatten en daarom een rijbewijs nodig heeft.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker momenteel niet over een geldig rijbewijs beschikt omdat de geldigheid hiervan is verstreken. Om een nieuw rijbewijs te verkrijgen is een verklaring van geschiktheid vereist, die niet wordt verstrekt zolang verzoeker niet rijgeschikt is verklaard. Een schorsing van het besluit leidt daarom niet tot verstrekking van een rijbewijs.
Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker niet heeft aangetoond dat er sprake is van een spoedeisend belang dat het wachten op de uitkomst van de bezwaarprocedure niet toelaat. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.