Verzoeker is per 14 maart 2018 uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (Brp) wegens vermeerd vertrek uit Nederland. Verzoeker betwist dit en stelt dat hij niet naar het buitenland is vertrokken, maar noodgedwongen op meerdere adressen verblijft en het briefadres van zijn moeder gebruikt om onder andere zijn ziektekostenverzekering en uitkering te behouden.
Na een gedegen onderzoek en meerdere verzoeken om informatie door verweerder, handhaafde het college van burgemeester en wethouders van Leiden het besluit tot uitschrijving. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de belangen van verzoeker bij het handhaven van zijn registratie in de Brp prevaleren boven het belang van verweerder bij handhaving van het besluit, mede omdat verweerder erkent dat verzoeker niet uit Nederland is vertrokken en bereikbaar is. Daarom werd het primaire besluit geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.