Verzoekster heeft een vergunning aangevraagd voor het houden van een streetfoodfestival in het Westbroekpark te Den Haag van 8 tot en met 10 juni 2018. Het college van burgemeester en wethouders heeft deze vergunning geweigerd op 5 juni 2018, waarbij werd verwezen naar de gemeentelijke Visie Westbroekpark die grote evenementen beperkt.
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter constateerde dat het college de gebruikelijke beslistermijn ruimschoots had overschreden, maar dat dit op zichzelf geen grond was voor toewijzing van de voorlopige voorziening, mede omdat verzoekster geen gebruik had gemaakt van andere juridische mogelijkheden om een beslissing af te dwingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestreden besluit niet voldoende was gemotiveerd, omdat het niet duidelijk was of de aanvraag aan de toepasselijke Verordening op incidentele private markten was getoetst. Daarnaast werd gewezen op een mogelijk ander beletsel: het broedseizoen van 15 maart tot 1 juli waarin grote festiviteiten in het park verboden zijn zonder ontheffing op grond van de Wet Natuurbescherming, welke ontheffing niet was aangevraagd.
Gezien deze omstandigheden kon niet worden uitgesloten dat de vergunning niet verleend kan worden, zodat de voorlopige voorziening niet kon worden toegewezen. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en veroordeelde verzoekster niet in de proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.