Uitspraak
Ambtshalve beschikking van de kantonrechter betreffende afwezigheidsbewind
[beschermingsbewindvoerder] ,
[afwezige] ,
[plaats] .
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft bij beschikking het afwezigheidsbewind opgeheven dat was ingesteld over het vermogen van een afwezige persoon met betrekking tot een onroerend goed. Dit onroerend goed was reeds op 16 september 1991 verkocht. De opbrengst, na aftrek van hypothecaire geldlening en verkoopkosten, werd door de bewindvoerder beheerd.
Op 26 maart 2018 werd de bewindvoerder opgedragen het resterende vermogen te storten in de consignatiekas van het Ministerie van Financiën. Op 17 mei 2018 is het bewijs van consignatie overgelegd waaruit blijkt dat een bedrag van €12.926,16 is gestort, het resterende deel van de verkoopopbrengst.
Omdat het gehele vermogen waarop het bewind betrekking had is gestort, resteert geen vermogen meer voor beheer door de bewindvoerder. De kantonrechter verklaart daarom het afwezigheidsbewind en de taak van de bewindvoerder als geëindigd. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden.
Uitkomst: Het afwezigheidsbewind wordt opgeheven omdat het vermogen volledig is gestort in de consignatiekas.