ECLI:NL:RBDHA:2018:6916

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 juni 2018
Publicatiedatum
12 juni 2018
Zaaknummer
NL18.9598
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30a Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens bescherming in Zweden ondanks persoonlijke omstandigheden

Eiser, een Jamaicaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 6 mei 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser sinds 2016 in Zweden internationale bescherming geniet.

Eiser voerde aan dat hij in Zweden niet kan aarden en zijn homoseksualiteit niet voldoende kan uiten, wat leidde tot een depressieve toestand en suïcideneigingen. Hij stelde dat verweerder nader onderzoek naar zijn medische situatie had moeten verrichten. Tevens wees hij op een aangifte bij de Zweedse politie wegens belediging op grond van geaardheid.

De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Zweden en dat de persoonlijke omstandigheden van eiser onvoldoende zijn om hiervan af te wijken. Het medisch dossier van eiser bevatte geen ondersteuning voor zijn klachten, en hij werd in Zweden medisch behandeld voor HIV. Het verschil in uitingsvrijheid van zijn geaardheid tussen Zweden en Nederland rechtvaardigt geen verblijfsvergunning in Nederland.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiser in Zweden internationale bescherming geniet.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.9598
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. T.R. Hüpscher),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Oba).

Procesverloop

Bij besluit van 18 mei 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft ter zitting gemotiveerd verweer gevoerd.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.9599, plaatsgevonden op 29 mei 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen mevrouw L. Visser. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1980 en heeft de Jamaicaanse nationaliteit. Eiser heeft op 6 mei 2018 een asielaanvraag ingediend.
2. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 omdat eiser in Zweden sinds 2016 internationale bescherming geniet. Verweerder stelt zich op het standpunt dat ten aanzien van Zweden uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser bij voorkomende problemen dient te klagen bij de Zweedse autoriteiten.
3. Eiser voert aan dat hij niet kan aarden in Zweden en dat hij zijn homoseksualiteit daar niet voldoende kan uiten. Hij is daardoor in een depressieve gemoedstoestand geraakt. Dit heeft geleid tot suïcideneigingen waarvoor hij enkele dagen is opgenomen geweest in een psychiatrische inrichting. Verweerder had nader onderzoek moeten doen naar zijn medische situatie alvorens te besluiten om eiser over te dragen aan Zweden. Eiser heeft voorts meer dan een jaar geleden bij de politie in Zweden aangifte gedaan van belediging vanwege zijn geaardheid, maar daar heeft de politie nog niets mee gedaan.
4. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat verweerder uit kan gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Zweden. Dat eiser niet kan aarden in Zweden en is uitgescholden, is onvoldoende om van dit uitgangspunt af te wijken. Voorts heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om een onderzoek te gelasten naar de medische situatie van eiser. Eiser heeft zijn medische situatie onvoldoende onderbouwd. Eiser heeft zijn medische situatie mondeling uitgelegd en verder heeft hij een patiëntendossier overgelegd, maar daarin komen zijn beschreven klachten in het geheel niet naar voren. Wat daar verder ook van zij, uit het gehoor blijkt dat eiser in Zweden ook medisch is behandeld, voor zijn HIV. Dat de situatie in Zweden voor eiser voor wat betreft het uiten van zijn geaardheid niet hetzelfde is als in Nederland maakt niet dat eiser daarom aanspraak maakt op een verblijfsvergunning in Nederland.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Soffers, rechter, in aanwezigheid van mr. C.E.B. Davis, griffier.
Het proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.