ECLI:NL:RBDHA:2018:6922
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens veilig land van herkomst en Dublinclaim ongegrond
Eiser, met de Tunesische en Syrische nationaliteit, diende op 24 april 2018 een asielverzoek in Nederland in. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat Tunesië als veilig land van herkomst wordt beschouwd en eiser geacht kan worden daarheen terug te keren.
Eiser betoogde dat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag, aangezien hij daar een jaar verbleef en een asielprocedure doorliep. Hij stelde dat Nederland geen binding met hem heeft en dat verweerder een Dublinclaim bij Zweden had moeten indienen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van een asielaanvraag in Zweden, geen documenten overlegde en wisselende verklaringen gaf. Er was geen Eurodac-treffer die zijn asielaanvraag in Zweden bevestigde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard.