ECLI:NL:RBDHA:2018:6925
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P. Verbeek
- J. Holleman
- N.I.S. Wallet
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving na twijfel aan bewijs
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] op 24 april 2016. Het onderzoek vond plaats in meerdere zittingen tussen september 2016 en april 2018. De officieren van justitie vorderden een gevangenisstraf van achttien maanden, gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer en afgeluisterde telefoongesprekken.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van het slachtoffer wisselend en tegenstrijdig waren, en dat er onvoldoende bewijs was voor een wederrechtelijke vrijheidsberoving of opzet. De rechtbank constateerde diverse inconsistenties in de verklaringen van het slachtoffer en getuigen, zoals het ontbreken van meldingen van vrijheidsberoving aan derden en vriendschappelijke contacten na het incident.
Hoewel het dossier aanwijzingen bevatte dat medeverdachte [medeverdachte 1] een ontmoeting met het slachtoffer wilde, was het doel en de aard van deze ontmoeting onduidelijk. De rechtbank vond dat de verklaringen van het slachtoffer onvoldoende werden ondersteund door overtuigend steunbewijs dat specifiek de feitelijke beperking van zijn bewegingsvrijheid aantoonde.
Gelet op de twijfel over de betrouwbaarheid van het bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde feit. Tevens werd de teruggave van een inbeslaggenomen voorwerp gelast en werd een vordering tot tenuitvoerlegging afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving.