ECLI:NL:RBDHA:2018:6983
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid Afghaanse identiteit en nationaliteit
Eiser, een asielzoeker die stelt Afghaanse nationaliteit te hebben en vanwege discriminatie en vervolging in Iran bescherming zoekt, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt.
De rechtbank overweegt dat eiser geen originele documenten heeft overgelegd die zijn identiteit en nationaliteit bevestigen. De door eiser ingediende Iraanse werkvergunning is onderzocht door bureau Documenten, dat concludeerde dat het document waarschijnlijk niet authentiek is. Verweerder mocht dit deskundigenadvies aan zijn besluit ten grondslag leggen, aangezien eiser geen contra-expertise heeft geleverd.
Daarnaast vertoont het relaas van eiser tegenstrijdigheden en ontbreekt het aan voldoende kennis over Afghanistan, hetgeen zijn geloofwaardigheid ondermijnt. Een verklaring van de Afghaanse ambassade die eiser in hoger beroep overlegt, is onvoldoende om zijn identiteit alsnog aannemelijk te maken.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de Afghaanse identiteit en nationaliteit.