ECLI:NL:RBDHA:2018:7057
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P. Verbeek
- J. Holleman
- N.I.S. Wallet
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs wederrechtelijke vrijheidsberoving
Op 24 april 2016 werd het slachtoffer onder valse voorwendselen vervoerd en verbleef hij enige uren in een woning in Nijmegen. Het slachtoffer verklaarde dat hij tegen zijn wil werd vastgehouden en geïntimideerd, maar er was geen sprake van geweld of wapens. Verdachte en medeverdachten ontkenden elke dwang en stelden dat het een zakelijke en vriendschappelijke ontmoeting betrof.
De officieren van justitie vorderden een gevangenisstraf van achttien maanden wegens medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer en afgeluisterde gesprekken. De verdediging voerde aan dat het slachtoffer wisselende, tegenstrijdige verklaringen had afgelegd en dat er onvoldoende steunbewijs was voor de beschuldigingen.
De rechtbank constateerde diverse inconsistenties in de verklaringen van het slachtoffer en getuigen, waaronder het feit dat het slachtoffer tijdens de vermeende vrijheidsberoving meerdere keren contact had met derden en geen poging tot ontsnapping had gemeld. Ook waren de telefoongesprekken niet eenduidig en lieten ruimte voor alternatieve interpretaties.
Gezien de twijfel over de betrouwbaarheid van het slachtoffer en het ontbreken van overtuigend steunbewijs, oordeelde de rechtbank dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Verdachte werd daarom vrijgesproken van de tenlastegelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving. Daarnaast werd het inbeslaggenomen voorwerp aan verdachte teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving.