ECLI:NL:RBDHA:2018:7397
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verbetering verstekvonnis wegens griffierecht verhoging
Eiser verzocht de rechtbank om verbetering van het verstekvonnis van 21 maart 2018, omdat het griffierecht onjuist was vermeld: € 78 in plaats van € 883. De rechtbank constateerde dat de toevoegingsaanvraag voor gesubsidieerde rechtsbijstand was afgewezen door de Raad voor Rechtsbijstand, maar dit niet was gemeld aan de griffier, noch was het verhoogde griffierecht voldaan.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 31 Rv Pro alleen kennelijke fouten die zich lenen voor eenvoudig herstel kunnen worden verbeterd. De griffierechtverhoging was geen kennelijke fout, maar het gevolg van de afwijzing van de toevoegingsaanvraag en het niet voldoen van het hogere griffierecht.
Verder stelde de rechtbank dat apparaatsfouten, zoals het niet controleren door de griffier voorafgaand aan het vonnis, niet onder artikel 31 Rv Pro vallen. Daarom kon de rechtbank het verstekvonnis niet verbeteren en wees het verzoek af.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.J. Alt-van Endt op 20 juni 2018.
Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van het verstekvonnis wegens een onjuist griffierechtbedrag wordt afgewezen.