ECLI:NL:RBDHA:2018:7413

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 juni 2018
Publicatiedatum
21 juni 2018
Zaaknummer
C/09/554548 / FA RK 18-4159
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 lid 4 Wet BopzArt. 19 Wet BopzArt. 32 Wet BopzArt. 33 Wet BopzArt. 34 Wet Bopz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging op eigen verzoek voor voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis

De betrokkene verblijft vrijwillig in een psychiatrisch ziekenhuis en verzoekt om een rechterlijke machtiging op eigen verzoek voor voortgezet verblijf van één jaar. De rechtbank heeft de betrokkene gehoord, die werd bijgestaan door haar advocaat. De psychiater bevestigde dat behandeling gewenst is, maar dat gedwongen opname niet noodzakelijk is.

De rechtbank stelt vast dat de betrokkene lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis zoals bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). Uit de stukken en de zitting blijkt dat er sprake is van een gevaar voor de betrokkene zelf en anderen, dat niet buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend.

De betrokkene ervaart suïcidale gedachten en wenst bescherming tegen zelfdoding. De rechtbank acht een rechterlijke machtiging passend om haar en anderen te beschermen. De machtiging geldt voor verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis waar de betrokkene momenteel verblijft, voor de duur van één jaar vanaf 15 juni 2018 tot en met 14 juni 2019.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging op eigen verzoek voor voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 18-4159
Zaaknummer: C/09/554548
Datum beschikking: 14 juni 2018
P- nummer: 1015600

Rechterlijke machtiging op eigen verzoek

Beschikking op het op 8 juni 2018 ingekomen verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Den Haag met betrekking tot:

[betrokkene] ,

de betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1978,
advocaat: mr. B. van Nimwegen te Zeist,
verblijvende in het psychiatrisch ziekenhuis [verblijfadres]
te [woonplaats] .

Procedure

Bij het verzoekschrift zijn de volgende stukken – voor zover van belang – overgelegd:
  • de op 6 juni 2018 ondertekende en met redenen omklede verklaring van L. Schalk, psychiater.
  • een op 6 juni 2018 door L. Schalk, behandelaar van de betrokkene, en de betrokkene ondertekend behandelingsplan.
De rechtbank heeft de betrokkene op 14 juni 2018 gehoord. De betrokkene werd bijgestaan
door haar advocaat. Verder zijn ter terechtzitting verschenen:
- de behandelend psychiater, L. Schalk
,
- de begeleidster, [A] .

Feiten

De betrokkene verblijft vrijwillig in het psychiatrisch ziekenhuis.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot het verlenen van een rechterlijke machtiging op eigen verzoek voor de duur van één jaar van de betrokkene.
Door en namens de betrokkene is ter zitting gepersisteerd bij het verzoek.

Beoordeling

Op het verzoek zijn van toepassing de artikelen 32, 33 en 34 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).
De psychiater heeft ter zitting naar voren gebracht dat het goed is dat de betrokkene behandeld wordt, maar hij acht een gedwongen opname niet noodzakelijk.
De advocaat heeft naar voren gebracht dat de betrokkene nu in een slechte fase zit en zij het nodig vindt om alles uit handen te geven door middel van een rechterlijke machtiging op eigen verzoek. De betrokkene refereert zich aan de beslissing van de rechtbank.
De rechtbank is van oordeel dat op grond van de geneeskundige verklaring voldoende vast staat dat bij de betrokkene sprake is van een stoornis van de geestvermogens als bedoeld in de Wet Bopz, te weten een persoonlijkheidsstoornis.
De rechtbank is voorts van oordeel dat uit de inhoud van overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting voldoende is gebleken dat het vereiste gevaar zich voordoet. De betrokkene levert (vooral door haar ziekte) een gevaar op voor zichzelf en een of meer anderen.
De rechtbank is ten slotte van oordeel dat het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. De rechtbank overweegt daartoe dat de betrokkene nu graag in behandeling is bij het [verblijfadres] , maar er zijn kennelijk momenten dat zij daar anders over denkt. De betrokkene vreest kennelijk vooral dat zij op die moeilijke momenten door suïcidale gedachten zichzelf van het leven zal beroven. Om zich en anderen daartegen te beschermen wenst de betrokkene een rechterlijke machtiging. De rechtbank acht, gelet op vorenstaande, een machtiging in het belang van de betrokkene om haar en anderen op de moeilijke momenten te beschermen tegen het evidente gevaar van zelfdoding.
In het behandelingsplan is tevens opgenomen dat de opname van de betrokkene zal geschieden in het psychiatrisch ziekenhuis [verblijfadres] te [woonplaats] .

Beslissing

De rechtbank:
verleent een rechterlijke machtiging op eigen verzoek tot verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1978,
tot en met
14 juni 2019.
(machtiging voortgezet verblijf gaat in op de dagnade datum van de beschikking, voor de duur van ten hoogste een jaar, twee jaren (art. 19) of vijf jaren (art. 17 lid4), zie Termijnennotitie)
Deze beschikking is gegeven door mr. H. Wien, rechter, bijgestaan door J.A. van Soest als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2018.