ECLI:NL:RBDHA:2018:7431
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling box 3 voor EOB-medewerker met duurzame verblijfstatus ondanks Ierse nationaliteit
Eiser, werkzaam bij het Europees Octrooibureau (EOB) en woonachtig in Nederland sinds 1997, stelde zich op het standpunt dat hij vrijstelling van box 3 belasting moest krijgen vanwege zijn status als non-permanent medewerker met Ierse nationaliteit in 2009. Verweerder handhaafde echter de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over dat jaar.
De rechtbank oordeelt dat eiser duurzaam verblijf houdt in Nederland, ook al had hij in 2009 de Ierse nationaliteit. Dit volgt uit artikel 10 van Pro de Zetelovereenkomst tussen Nederland en het EOB en de beoordeling van de Minister van Buitenlandse Zaken. De statuscode DV (duurzaam verblijf) is terecht toegekend en sluit vrijstelling uit.
Eiser voerde tevens aan dat toepassing van EU-recht, met name artikel 45 en Pro 18 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, discriminatieverboden inhoudt die hem vrijstelling zouden moeten geven. De rechtbank volgt dit niet, verwijzend naar eerdere arresten van de Hoge Raad waarin dit is afgewezen.
De rechtbank ziet geen reden om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU te stellen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag box 3 over 2009 wordt ongegrond verklaard omdat eiser duurzaam verblijf in Nederland heeft ondanks zijn Ierse nationaliteit.