ECLI:NL:RBDHA:2018:7510
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging opvangvoorzieningen na afwijzing asielaanvraag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de mededeling van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers dat haar recht op opvangvoorzieningen op 19 maart 2018 zou eindigen. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de beëindiging van de opvang op te schorten tot vier weken na de beslissing op het beroep. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek toegewezen, waardoor de opvang werd voortgezet tot de uitspraak op het beroep.
Tijdens de behandeling van het beroep op 28 maart 2018 is tevens een gerelateerd beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres behandeld. De rechtbank heeft dit beroep op 19 juni 2018 ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen recht meer heeft op opvang.
Gezien het feit dat eiseres reeds opvang heeft genoten in afwachting van de uitspraak en nu geen recht meer heeft op opvang, concludeert de rechtbank dat zij geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen de beëindiging van de opvangvoorzieningen. Daarom verklaart de rechtbank dit beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de opvangvoorzieningen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.