Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 14 juni 2017, met producties;
- de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;
- het tussenvonnis van 13 september 2017 waarbij een comparitie van partijen is bevolen;
- het proces-verbaal van comparitie van 20 februari 2018 en de daarin genoemde processtukken.
2.De feiten
“Mans4Work”en
“Mans4Work Uitzenddiensten”, gerelateerde activa, daaronder in ieder geval begrepen:
- de handelsnamen;
- de goodwill;
- de klantenbestanden, inclusief lopende uitzendcontracten;
- het stambestand met uitzendkrachten;
- intellectuele eigendomsrechten ten aanzien van de website;
“de onderneming”.
- de omzet van de onderneming in het boekjaar tweeduizend zestien (2016);
- de gemiddeld gewogen brutomarge op de omzet voor de boekjaren tweeduizend veertien (1x), tweeduizend vijftien (2x) en tweeduizend zestien (3x),
Overwegende dat:
- Opdrachtgever werkzaam is op het gebied van zakelijke dienstverlening aan bedrijven en instellingen alsmede de bemiddeling en aanverwante dienstverlening op het gebied van plaatsing van personeel;
- Opdrachtgever in het kader hiervan behoefte heeft aan commerciële ondersteuning;
- Opdrachtnemer als zodanig in staat en bereid is deze werkzaamheden uit te voeren;
- Partijen uitsluitend met elkaar wensen te contracteren op basis van een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 e.v. BW;
opmerking rechtbank: tussen partijen staat vast dat hier sprake is van een kennelijke verschrijving en dat “opdrachtnemer” is bedoeld)verplicht zich voor de duur van de overeenkomst de navolgende werkzaamheden te verrichten:
BIJLAGE BIJ DE OVEREENKOMST VAN OPDRACHT
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
Artikel 12.