ECLI:NL:RBDHA:2018:7564

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 juni 2018
Publicatiedatum
25 juni 2018
Zaaknummer
AWB - 17 _ 5725
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding advocaatkosten mediation door werkgever

Eiseres was sinds 2006 werkzaam bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en viel in 2015 uit wegens ziekte. Op advies van de bedrijfsarts startten partijen een mediationtraject waarbij verweerder de mediator volledig vergoedde. Eiseres werd bijgestaan door een advocaat en vorderde vergoeding van deze kosten, onder de afspraak dat vergoeding zou volgen indien mediation tot een definitieve oplossing zou leiden.

De mediation vond plaats tussen november 2015 en januari 2016, maar leidde niet tot een schriftelijke vaststellingsovereenkomst. Eiseres hervatte haar werkzaamheden in maart 2016 en werd in februari 2017 tijdelijk elders geplaatst. De rechtbank oordeelt dat de herstelmelding en hervatting van werkzaamheden niet direct het resultaat waren van mediation.

De rechtbank stelt dat de advocaatbijstand tijdens mediation niet verplicht was en dat geen wettelijke of algemene rechtsgrond bestaat voor vergoeding van de advocaatkosten door verweerder. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van vergoeding van advocaatkosten mediation wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR AWB 17/5725

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juni 2018 in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaats] , eiseres

en

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), verweerder

(gemachtigden: mr. D. Stojkovic en drs. W.J.M. Verhoeven).

Procesverloop

Bij besluit van 13 februari 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder – voor zover hier van belang – het verzoek van eiseres om vergoeding van de advocaatkosten voor mediation afgewezen.
Bij besluit van 17 juli 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2018.
Eiseres is daarbij in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1.1
Eiseres was sinds 1 maart 2006 werkzaam in de functie van [functie] bij de afdeling communicatie van de onder verweerder ressorterende Inspectie voor de Gezondheidszorg ( IGZ ).
Eiseres is vanaf 1 april 2015 uitgevallen door ziekte.
1.2
Partijen zijn - op advies van de bedrijfsarts - een mediationtraject gestart.
Verweerder heeft de kosten voor de mediator geheel vergoed. Eiseres heeft zich bij de mediation laten bijstaan door een advocaat. Tussen partijen is de afspraak is gemaakt dat verweerder de betaling van de advocaatkosten van eiseres zou vergoeden als de mediation tot een (definitieve) oplossing zou leiden. Eiseres stelt in totaal € 11.111,- aan advocaatkosten te hebben gemaakt.
1.3
In de periode van november 2015 tot en met januari 2016 heeft een drietal medationgesprekken plaatsgevonden. De mediation heeft niet heeft geleid tot een vastgelegde oplossing in een (vaststellings)overeenkomst.
1.4
Eiseres heeft zich op 14 maart 2016 hersteld gemeld en passende werkzaamheden verricht als [functie] bij de Facilitaire Dienst. Per 13 februari 2017 is eiseres tijdelijk geplaatst in de functie van [functie] bij de afdeling Verpleging en Verzorging bij de IGZ .
2 Het geschil betreft de vraag of verweerder het verzoek om vergoeding van de advocaatkosten van eiseres van € 11.111,- terecht heeft kunnen afwijzen.
3 Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat de herstelmelding van eiseres en het daarop wederom hervatten van - al dan niet tijdelijke - werkzaamheden voor verweerder niet de (directe) uitkomst is geweest van de mediation. Niet in geschil is dat de mediation niet heeft geleid tot enige schriftelijke overeenkomst.
Dat de mediation een positieve invloed zou hebben gehad op het uiteindelijk bereiken van een oplossing, maakt dat niet anders. Bijstand door een advocaat tijdens de mediation-procedure was voorts voor eiseres niet verplicht.
De rechtbank ziet op grond van het vorenstaande geen wettelijke grond of algemeen rechtsbeginsel op grond waarvan verweerder in dit geval de advocaatkosten van eiseres gedurende de mediation voor zijn rekening zou moeten nemen.
4 Het beroep is ongegrond.
5 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.G. Egter van Wissekerke, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
20 juni 2018.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.