ECLI:NL:RBDHA:2018:7586
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens ontbrekende voornemenprocedure
Eiser, een Pakistaanse asielzoeker, diende op 1 februari 2018 een asielaanvraag in. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verweerder had een voornemen tot besluit uitgebracht, maar dit was niet correct aan eiser of zijn gemachtigde bekendgemaakt, waardoor geen zienswijze kon worden ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van een correcte voornemenprocedure een fundamenteel gebrek vormt dat niet kan worden hersteld in beroep. Dit heeft eiser in zijn belangen geschaad, omdat hij niet de mogelijkheid had om bezwaren tegen de overdracht aan Italië te onderbouwen, bijvoorbeeld op medische en humanitaire gronden.
Hoewel verweerder stelde dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunten te uiten, acht de rechtbank dit onvoldoende gelet op het wettelijke belang van de voornemenprocedure. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen na het inwinnen van een zienswijze van eiser.
De rechtbank veroordeelt verweerder tevens in de proceskosten van €1002,-. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Meijers op 25 juni 2018 te Den Haag.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit niet in behandeling te nemen wordt vernietigd wegens een fundamenteel gebrek in de voornemenprocedure.