Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 juni 2018 in de zaak tussen
[B], met onbekende verblijfplaats,
Procesverloop
Overwegingen
mr. Y. Özdemir beroep ingesteld tegen de besluiten van 11 september 2017. De rechtbank heeft gelet op het bepaalde in artikel 22b, derde en vijfde lid, van de RWN aan de Raad voor Rechtsbijstand een last tot toevoeging verstrekt op naam van mr. Özdemir. Ter zitting heeft mr. P.R.L.V.M. Kruik bevestigd dat mr. Özdemir het raadsmanschap heeft aanvaard. Voor zover de beroepen zijn ingediend namens de ouders van B zijn deze beroepen niet-ontvankelijk, nu de ouders niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt.
aarmee de vrijheid van inreis en verblijf van een Unieburger als bedoeld in richtlijn 2004/38 wordt ingeperkt, waarmee het besluit tot ongewenstverklaring binnen het toetsingskader van de richtlijn valt.
Beslissing
- verklaart de beroepen niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1002,-.