ECLI:NL:RBDHA:2018:762
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift ongeldigverklaring rijbewijs ongegrond verklaard
Eiser heeft tegen het besluit van de algemeen directeur van het CBR, waarbij zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard, bezwaar gemaakt. Dit bezwaarschrift werd echter niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend. Eiser voerde aan dat zijn ziekenhuisopname en herstelperiode de reden waren voor de te late indiening.
De rechtbank overwoog dat de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift zes weken bedraagt en dat deze termijn aanvangt de dag na bekendmaking van het besluit. Hoewel eiser persoonlijke omstandigheden aanvoerde, waaronder een opname wegens acuut nierfalen, oordeelde de rechtbank dat deze omstandigheden geen verschoonbare reden vormden voor de overschrijding van de termijn.
De rechtbank wees erop dat eiser het besluit tijdig had ontvangen en dat hij pro forma bezwaar had kunnen maken binnen de termijn, waarna hij later de gronden had kunnen aanvullen. Daarom was het risico van de te late indiening voor rekening van eiser. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wordt ongegrond verklaard.