Uitspraak
gefailleerde,
advocaat: mr. P.S.M. van der Enden.
1.Procesverloop
2.De beoordeling
3.De beslissing
[X], voornoemd;
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzet tegen het faillissement van een besloten vennootschap (BV) die op 12 juni 2018 failliet werd verklaard. Het verzet werd ingediend door de indirecte bestuurder, die als vereffenaar optreedt na ontbinding van de BV volgens artikel 2:19 lid 5 en Pro artikel 2:23 lid 1 BW Pro. De rechtbank stelde vast dat de BV na ontbinding voortbestaat voor vereffening en dat de vereffenaar bevoegd is het verzet in te stellen.
De inhoudelijke beoordeling richtte zich op de vraag of de BV verkeert in toestand van betalingsonmacht en of de vordering van de aanvraagster nog openstaat. Uit de stukken bleek dat de vordering van de aanvraagster volledig was voldaan en dat voldoende middelen beschikbaar zijn om de faillissementskosten en het salaris van de curator te betalen. Zowel de aanvraagster als de curator stemden in met vernietiging van het faillissement.
De rechtbank concludeerde dat het verzet ontvankelijk en gegrond is, en vernietigde het faillissementsvonnis van 12 juni 2018. Tevens stelde zij het salaris van de curator en de faillissementskosten vast en legde deze kosten ten laste van de BV. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open via een advocaat binnen acht dagen.
Uitkomst: Het verzet tegen het faillissement is gegrond verklaard en het faillissement vernietigd.