ECLI:NL:RBDHA:2018:764
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke afwijzing rijgeschiktheid na alcoholmisbruik
Eiser werd door het CBR niet rijgeschikt verklaard omdat hij alcoholmisbruik vertoonde dat niet in remissie was. Na eerdere aanhoudingen wegens rijden onder invloed en het aantreffen van drugs in zijn auto, werd een onderzoek naar zijn geschiktheid opgelegd. Eiser werkte niet mee aan het onderzoek, waarna zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard.
Eiser vroeg in 2016 een verklaring van geschiktheid aan en werd onderzocht door een psychiater, die op basis van DSM-IV-TR criteria alcoholmisbruik vaststelde. De psychiater baseerde zijn oordeel op een combinatie van afwijkende bloedwaarden en een relevante voorgeschiedenis van alcoholmisbruik. Eiser leverde geen overtuigend bewijs dat de bloedwaarden door andere oorzaken dan alcoholmisbruik waren veroorzaakt.
De rechtbank oordeelde dat het CBR het psychiatrisch rapport terecht als basis voor het besluit heeft genomen. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van het CBR om hem niet rijgeschikt te verklaren wegens alcoholmisbruik wordt ongegrond verklaard.